×

success

No Sass files were modified. Time elapsed 0.0004 seconds

| Teslin | Blog

Nederlandse bedrijven zijn voor hun externe financiering grotendeels afhankelijk van banken. Vooral van de big-4. De concentratie is groot, de concurrentie klein. Bancair krediet wordt schaarser en duurder. Alternatieve bronnen van financiering komen wel op, maar richten zich vooral op het kleinere MKB en start-ups of juist op de grote jongens. Toch kunnen ook small- en midcaps buiten de bank om gaan. Sterker, ze zouden dit ook moeten doen.

Sinds 2007 hebben de banken hun kredietbeleid fors aangescherpt en beperkt. Deels vanwege lessen uit het verleden, deels vanwege de verhoogde kapitaaleisen. Dat heeft gevolgen voor bedrijven, zeker als hun resultaten tegenvallen. Als ze daardoor niet meer voldoen aan de financieringsafspraken zien banken hen al snel als een groot risico. De toon wordt koeler, de eisen worden scherper en de financiering wordt duurder. Als zo’n bedrijf extra financiering nodig heeft, geeft de bank niet thuis.

Kapitaalmarkt


Banken zien het liefst dat bedrijven het eigen vermogen versterken met een aandelenemissie. Die ‘oplossing’ is goed voor de bank, maar pakt voor aandeelhouders ongunstig uit: hun belang verwatert immers. Wij zien de uitgifte van aandelen daarom niet als de standaardoplossing. Wat kan zo’n bedrijf nog meer doen? Welke financieringsmogelijkheden zijn er buiten de bank en de beurs? Het antwoord komt van de kapitaalmarkt.

Wij spreken regelmatig met financiële partijen en experts over middelgrote bedrijven met een forse kapitaalbehoefte. Daaruit komen twee alternatieve financieringsvormen naar voren: obligatieleningen en zogenaamde ‘Schuldscheins’. Het zijn aantrekkelijke langetermijnfinancieringsinstrumenten voor de bedrijven én voor alle stakeholders. Zo zijn de rapportageverplichtingen minder omvangrijk en behoudt het bedrijf bij tegenwind de vrijheid om zelf een evenwichtig herstelplan op te stellen.

Obligatieleningen


Met de huidige lage rente is uitgifte van obligaties een aantrekkelijk (her)financieringsinstrument. Voor langlopende financieringen van € 20 tot € 200 miljoen kunnen bedrijven obligaties uitgeven aan een beperkt aantal financiers. Voor uitgiften met een omvang vanaf € 200 miljoen biedt een genoteerde obligatielening uitkomst. De voorwaarden van de obligatielening zijn opgenomen in een prospectus. Daarin staat ook wat de gevolgen zijn van een convenantbreuk. Vaak beperken die zich tot een (tijdelijke) renteopslag. Het bedrijf houdt dus zelf de regie bij het vinden van een structurele oplossing.

Schuldscheins


Een Schuldschein is een verschijningsvorm van een onderhandse leningovereenkomst met één of meer financiers (meestal verzekeraars of pensioenfondsen) voor drie tot vijftien jaar. De Schuldschein wordt gestructureerd naar Duits recht en is vooral populair bij Duitse ondernemingen en investeerders. De vereiste documentatie voor een Schuldschein is minder dwingend dan die van een obligatielening. De markt voor Schuldscheins is circa € 14 miljard per jaar en staat ook open voor niet-Duitse bedrijven.

Conclusie


Het financieringsbeleid van bedrijven vereist een weloverwogen strategie die uitgaat van de lange termijn en rekening houdt met tegenwind en de belangen van alle stakeholders. Diversificatie van financiering waarborgt een solide financiering en een gezonde balans. De bank is de aangewezen partij voor kortetermijnschulden ter financiering van werkkapitaal. Voor financiering van langetermijnschulden zijn ondernemingen in toenemende mate aangewezen op externe financiers. Daarvoor zijn tegenwoordig goede instrumenten, zoals de uitgifte van obligaties en/of Schuldscheins beschikbaar.


marco vermeer portretMarco Vermeer

Terug naar boven